Scenario’s: de dynamiek van de matrix

Scenario-ontwikkeling is simpel. Standaard recept: doe een PESTEL analyse; identificeer de belangrijkste drijvende krachten die de wereld van morgen zullen bepalen; kies de twee drijvende krachten die zowel het belangrijkst als het meest onzeker zijn; maak een assenkruis met die twee krachten op de x- en y-as; verzin vier sexy namen voor de vier kwadranten die door dit assenkruis worden gedefinieerd: klaar![1]

Of is het toch niet zo simpel? Toegegeven, de ‘deductieve’ methode voor scenario-ontwikkeling zoals hierboven kort omschreven heeft een aantal duidelijke voordelen. Allereerst dwingt de methode je om op een radicale manier te kiezen in een situatie waarin een soms overweldigend aantal ‘drivers’ de aandacht trekt. En ze helpt je, wanneer je de belangrijkste en meest onzekere drivers hebt gekozen, om de tegengestelde opties op de twee assen verder door te denken dan je wellicht zonder die assen had gedaan. En dat assenkruis, die matrix, leidt in de vier resulterende kwadranten soms tot werelden waar je anders niet aan had gedacht, maar die nog steeds plausibel en prikkelend kunnen zijn. Er is ook kritiek: sommigen zeggen dat het ontwikkelen van scenario’s met hulp van een assenkruis een goedkope standaard methode is geworden. Anderen stellen (en daar hebben ze natuurlijk gelijk in) dat de toekomst niet per definitie maar vier smaken kent. Maar toch: de deductieve methode en het gebruik van een matrix is een vaak gebruikte en betrouwbare manier om er vrij zeker van te zijn dat je heldere resultaten krijgt als uitkomst van een scenario-oefening.

Dat is het goede nieuws. Maar die matrix, met haar zo belangrijke constructieve rol, voelt zich soms iets té belangrijk en begint dan in de weg te staan van een goede set scenario’s. Het resultaat is dan een set waarbij je bij een of meer scenario’s denkt: ‘Hm, ja, de logica van mijn matrix zegt me dat deze wereld er moet zijn – maar is dat eigenlijk een plausibele en nuttige uitkomst? Of ga ik in de praktijk niet alle vier de scenario’s gebruiken?

Laten we kijken naar de praktijk, naar drie scenario-sets die de laatste jaren zijn gemaakt. Ze zitten allemaal vol met data, analyse en creativiteit en ze zijn alle drie interessant om te lezen. En in alle gevallen leiden ze tot interessante vragen rond de dynamiek die optreedt bij het gebruik van de matrix in scenario-ontwikkeling.

Neem bijvoorbeeld de Strategische Monitors (2012-2015) van het Clingendael Instituut.[2]. De Strategische Monitors bouwen op een set scenario’s die is ontwikkeld in een rapport uit 2010 dat kijkt naar de toekomst van de Nederlandse strijdkrachten. De scenario’s hebben als horizon 2030. De Strategische Monitors kijken 5-10 jaar vooruit en analyseren trends in de wereldwijde dynamiek rond macht en veiligheid. Daarbij wordt een klassieke matrix gebruikt (figuur 1.)Clingendael NL matrix

De vier scenario’s volgen uit het assenkruis dat is opgebouwd rond de tegenstelling tussen coöperatief en non-coöperatief (X-as) en tussen staten (als bepalende spelers) en diverse actoren (Y-as). Dit is werk op hoog niveau, volgepakt met data en analyse. De scenario’s vormen een gebalanceerde combinatie. We zien twee scenario’s die passen binnen een narratief van continuïteit en nabijheid, met de Multilaterale (globalisering in samenwerking) en Multipolaire (rivaliteit tussen de grootmachten) scenario’s. Daarnaast zien we dat het nieuwe, het complexe en het ongewone wordt voorgesteld met het Netwerk scenario, dat een niet-polaire, relatief stabiele maar onvoorspelbare wereld laat zien waarin staten minder dominant zijn. En tenslotte laat de scenario-set de mogelijkheid zien van een wereld getekend door stagnatie, conflict en competitie: het Fragmentatie scenario.

In de Monitors, zoals de naam al suggereert, wordt de scenario-set gebruikt als dashboard, als een manier om de huidige stand van zaken te categoriseren en te interpreteren.[3] Maar het gaat hier niet alleen om de wereld van vandaag. De Monitors kijken 5-10 jaar vooruit, en in die context komt vanaf het begin (de 2012 Monitor, de eerste in de reeks) een duidelijke richting naar voren. En die richting is dat de wereld op weg is van het Multilaterale naar het Multipolaire kwadrant.

Ondanks een disclaimer[4] komen we hier terecht in het taalspel van het voorspellen, waar we termen tegenkomen als ‘verwachtingen’, ‘voorspelling’, ‘meest waarschijnlijk’.[5] Een enkelvoudige pijl, het teken dat aangeeft dat we weten wat er gaat gebeuren, verschijnt in de bovenste helft van de matrix.[6] En lineair denken lijkt niet ver weg wanneer gesteld wordt: ‘Met andere woorden, de kleine veranderingen die gedurende het laatste jaar hebben plaatsgevonden zijn een stap in de richting van de ontwikkelingen die voorzien zijn voor de komende vijf tot tien jaar.’[7]. Het toenemende risico van fragmentatie, de opkomst van de non-state actor, elementen van een netwerkmaatschappij: het wordt allemaal wel genoemd, maar in de praktijk vindt alle actie, zowel in monitoring als in vooruitblikkende modus, plaats in de bovenste twee kwadranten van de matrix. De twee onderste kwadranten zitten er enigszins verweesd bij. Als we op het punt zijn geraakt waar we dingen verwachten, zijn we dan nog bezig met scenario’s?

Natuurlijk, er is een verschil in de tijdlijn van de oorspronkelijke scenario’s (die 20 jaar vooruit kijken, tot 2030), en de horizon van de Monitor (die zich nu tot 2025 uitstrekt). In 20 jaar tijd kan veel, zo niet ‘alles’ gebeuren. Maar stel dat we, zoals in de context van de Monitor, de toekomst over een periode van een jaar of tien willen conceptualiseren, op basis van de analyses van die Monitor. Dan is het wellicht een idee om de twee onderste kwadranten voor nu even te vergeten en te kijken of het mogelijk is om meervoudige pijlen te construeren tussen het Multilaterale en het Multipolaire kwadrant. Met andere woorden: met een scenario-hoed op zou het in het licht van de analyses van de Monitor sinds 2012 zinnig zijn om op zoek te gaan naar de variaties, de belangrijkste onzekerheden binnen die transitie, en zo nieuwe scenario’s te construeren.[8] De karakteristieken, de elementen, dimensies, trends en drivers van de onderste twee kwadranten zouden in die scenario’s meegenomen kunnen worden (in plaats van als zelfstandige werelden een rol te spelen).

Betekent dat, dat de onderste twee kwadranten niet meer zijn dan ‘dode’ kwadranten? Nee – want zoals science fiction auteur William Gibson stelde: ‘The future is already here — it’s just not very evenly distributed’. Dat wil zeggen, de taal, de concepten van deze kwadranten helpen om te begrijpen wat er gebeurt in specifieke delen van de wereld, of in specifieke sectoren. Daarnaast helpt alleen al de aanwezigheid van deze kwadranten om wat er in de bovenste twee kwadranten gebeurt anders te interpreteren, met een oog voor elementen van de Netwerk wereld, en de opkomst van de non-state actor. De onderste twee kwadranten en hun concepten zijn tenslotte een goed tegengif tegen iedere analyse die teveel uitgaat van ‘dat wat is’.

 

Een tweede voorbeeld, de Law Scenarios to 2030.[9] Dit is een set scenario’s die kijkt naar mogelijke toekomstige juridische regimes (fig. 2).

Law NL matrix

De Matrix van de Law Scenarios bouwt op twee fundamentele onzekerheden: ‘Zien we een voortzetting van internationalisering van regels en instituties of zal deze trend stagneren of zelfs in zijn tegendeel verkeren? [Y-as] Zullen private governance mechanismen en private juridische regimes hun invloed verder vergroten en dominant worden, of zullen aan de staat verbonden instituties en juridische regimes hun positie behouden?’ [10] [Y-as]. Vier scenario’s volgen uit de twee assen van de matrix – maar de tekst verraadt al wat er gebeurt met het Legal Tribes kwadrant, dat wordt ingeleid met de tekst: ‘Er is ook een theoretische mogelijkheid dat…’.[11] Terwijl we op zoek zouden moeten zijn naar plausibele werelden, eindigen we met een wereld die ‘theoretisch mogelijk’ is, en die ‘moeilijk voor te stellen’ is, maar ‘wanneer we de logica van de belangrijkste krachten in het hart van dit scenario volgen, kunnen we de mogelijkheid van een ontwikkeling in deze richting niet uitsluiten.’[12] Het is duidelijk wie hier de winnaar is van de strijd tussen matrix logica en plausibiliteit.

Zowel de Clingendael als de Law scenario’s hebben dit ‘chaos’ of ‘entropie’ kwadrant en in de huidige wereld lijkt het inderdaad goed om een factor die wijst naar ‘groei van entropie’ in te bouwen. De grote vraag is of dit een apart kwadrant moet zijn, een zelfstandig scenario, of dat het iets is dat ‘trekt’ aan de andere scenario’s. Het is wellicht eerder een kracht waar je rekening mee moet houden, een trend, een risico, een ‘driver’.

Een laatste voorbeeld, met een iets ander karakter. Een verzameling scenario’s die is gemaakt om vooruit te kijken naar het 750-jarig bestaan van Amsterdam: ‘Amsterdam 750’.13] Ook hier zien we een matrix (Figuur 3[14]).

Amsterdam NL matrix

Daarnaast is de beproefde methode toegepast waarbij verhalen worden verteld die een dag in het leven van een Amsterdammer in 2025 beschrijven. Daarbij is een aantal originele en soms provocerende invalshoeken gekozen – wat bijvoorbeeld te denken van Duits als dé hippe en sexy taal in het Amsterdam van over tien jaar! Wanneer we kijken naar de matrix-logica dan lijkt de oppositie tussen de macht van Groot (bedrijven) en Klein (lokale niche-georiënteerde initiatieven) op de X-as een vruchtbare om na te denken over de vorm van samenleving en economie in de stad van de toekomst. En op de Y-as, kijkend vanuit een geo-economisch perspectief, zien we ‘West-Europa volgt’ aan de ene kant. OK, dat lijkt een plausibele inschatting. En dat betekent in de binaire matrix logica dat aan de andere kant ‘West-Europa leidt’ staat. Natuurlijk. Maar wacht even: ‘West-Europa leidt’? – is dat echt de pool waar we twee van de vier werelden uit de scenario-set door willen laten bepalen?15] Dan vraag je je meteen af of bijvoorbeeld het issue van de spanningen en tweedeling in de stad niet de moeite waard zijn om te thematiseren; of anders de opkomende dynamiek van de metropool als globale speler, naast of in plaats van de staat. Zijn dat niet betere ingrediënten dan dit riskante economische perspectief? In dit geval heeft de creativiteit van de scenario narratieven een groter potentieel dan de logica van de matrix, zo lijkt het.

Betekent dit alles dat we hier te maken hebben met ‘slechte’ scenario’s? Nee natuurlijk – in tegendeel. De besproken scenario’s zijn uitstekende hulpmiddelen om informatie te ordenen, verschillende dimensies te onderscheiden en te ‘wegen’. En in het geval van de Amsterdam – scenario’s zien we de creativiteit die ons kan helpen echt andere werelden voor te stellen. Maar de scenario’s laten ook zien waar de matrix-dynamiek toe kan leiden.

Betekent dit alles dat we dan maar geen matrix moeten gebruiken wanneer we aan scenario-ontwikkeling doen? Opnieuw: nee natuurlijk niet. Zoals gezegd heeft het gebruik van de matrix grote voordelen en wordt hier gebouwd op een duidelijke methodologie. Maar zorg er wel voor dat jij de baas bent en dat je niet wordt weggespoeld door een matrix-logica die uiteindelijk leidt tot resultaten die misschien niet-zo-plausibel zijn.

Dus: wat te doen? Een mogelijkheid is om wel te starten met een matrix benadering, maar als op het eind blijkt dat één van de scenario’s niet echt ‘werkt’, gooi de matrix dan gewoon overboord en presenteer drie scenario’s! Niemand hoeft te weten dat er ooit een matrix was – die matrix is er alleen maar als nederige dienaar van de scenario’s en niet als hun koning.

Of, als een meer radicaal alternatief, gebruik niet de deductieve methode maar de inductieve (Zie de Introductie Scenario Ontwikkeling op de Werken aan de Toekomst pagina (Diensten) op deze site). Of gebruik de incrementele benadering – die ook een andere visuele tool met zich brengt, de Delta Kaart. In de Delta Kaart zien we dat verschillende scenario’s zich in de loop van de tijd afsplitsen en ontwikkelen (figuur 4.).

Delta NL fig 4

Het is interessant om in dat licht nog eens naar de Global Tribes en Fragmentatie scenario’s te kijken die we hierboven hebben besproken. Zoals gezegd is het waarschijnlijk functioneel om een dystopisch narratief onder te brengen in de scenario-set, al was het alleen maar om in Westerse settings de neiging van mensen om stabiele contexten simpelweg te extrapoleren tegen te gaan. Maar de ontwikkeling naar een situatie van sterke fragmentatie neemt tijd. De wereld van Mad Max direct naast andere, meer stabiele werelden plaatsen roept vragen op – in het geval van Clingendael wordt vervolgens de meeste tijd besteed aan die meer stabiele werelden; in het geval van de Law Scenario’s wordt het Global Tribes scenario getypeerd als ‘theoretisch’. Maar die werelden kunnen wel degelijk een langere termijn resultaat zijn van bepaalde ontwikkelingen. Het introduceren van het element van tijd in de visuele representaties van de scenario’s kan in dit soort gevallen helpen om te laten zien dat sommige verhalen eerder in de tijd aan de orde komen en anderen zich op een later tijdstip zouden kunnen ontwikkelen. Daarmee worden de narratieven elk op hun waarde en functionaliteit geschat en kan er tegelijkertijd beter worden nagedacht over de causaliteit die ten grondslag ligt aan een mogelijk dystopische toekomst.

En tenslotte … wanneer je matrix scenario’s produceert waarvan sommigen niet zo plausibel of bruikbaar zijn… misschien is het dan zaak gewoon opnieuw te beginnen en je goed af te vragen of je wel de juiste centrale onzekerheden hebt gekozen! Tja, niemand heeft ooit gezegd dat scenario-ontwikkeling een lineair proces is. Noch heeft iemand ooit beweerd dat scenario-ontwikkeling simpel is!

 [1] Natuurlijk is het niet zó simpel. Zie de Introductie Scenario Ontwikkeling op de  Werken aan de Toekomst pagina (Diensten) op deze site.

[2] Zie voor de 2015 editie http://www.clingendael.nl/sites/default/files/Een_wereld_zonder_orde.pdf. De matrix staat op p. 13. De citaten in de tekst hierboven verwijzen steeds naar de Engelstalige versies van de Monitor.

[3] Dit karakter van de scenario’s als conceptuele, logische tools, als hulpmiddelen van categorisering, meer wellicht dan als middel om de wereld met nieuwe ogen te bezien, blijkt ook uit het deel waarin in de 2013 Monitor (Engels) de scenario’s worden uitgelegd: ‘Deze scenario’s zijn niet arbitrair in de zin dat ze theoretisch en conceptueel zijn ingebed in de literatuur over internationale relaties’(p. 215). Dit is een denktrant waarin de scenario’s er ‘altijd’ lijken te zijn, en wel als conceptuele categorieën, en niet tijdsgebonden en specifek zijn.

[4] 2013 Monitor (Engels) p. 214: ‘Dit benadrukt het feit dat de Clingendael Strategische Monitor geen voorspellingen doet en dat uit de Monitor geen specifieke uitspraak afgeleid kan worden over hoe het internationale systeem zich precies zal ontwikkelen. Dit is in het bijzonder van toepassing op het scenario raamwerk. In de Monitor identificeren we trends en ontwikkelingen (…)’.

[5] Zie, respectievelijk, Monitor 2015 (Engels) p. 11; Monitor 2013 (Engels) p. 24; Monitor 2015 (Engels) p. 18.

[6] Zie b.v. de 2014 Monitor (Engels) op pagina 63.

[7] 2013 Monitor (Engels) p. 214.

[8] Dit type vragen wordt ook wel opgeworpen in de Monitor, zoals in de 2013 editie (Engels) op p. 25: ‘Wat deze ontwikkeling [de beweging van Multilateraal naar Multipolair, D.S.] betekent voor het patroon van conflict en coöperatie tussen de grootmachten valt nog te bezien.’ Maar die vragen zijn nog niet vertaald naar nieuwe scenario’s. Zie ook de Monitor 2012 (Engels) waar op p. 207 al wordt gesproken over het zoeken van nieuwe centrale onzekerheden.

[9] http://www.hiil.org/publication/law-scenarios-to-2030

[10] Idem, p. 12

[11] In de beschrijving van het ‘Legal Tribes’ scenario, p. 13, nadruk toegevoegd.

[12] p. 42

[13] http://www.amsterdam750jaar.com/scenarios/

[14] Het ‘Oost Best, Thuis West’ kwadrant beschrijft een wereld waarin Europa wordt neergezet als het ‘Luxemburg’ van de wereld, marginaal maar comfortabel.

[15] Niet in ieder geval lijkt het wanneer we kijken naar de Clingendael analyse aangaande de positie van Europa.